Voorwoord
Een vereniging bestaat uit leden die allemaal hun invloed hebben op het reilen en zeilen van die vereniging. Van alle verhalen van die leden kan op zich al een boekje worden gemaakt. Wij hebben gekozen om een fotoboekje te maken en de verhalen van onze drie voorzitters als een stukje geschiedschrijving te gebruiken.
We bedanken iedereen die gezocht heeft in oude albums en schoenendozen, maar konden helaas niet alles afbeelden. We wensen u veel plezier bij het doorkijken van dit overzicht van 40 jaar watersportvereniging ‘Flacquee’

[De samenstellers: Corine van Balen en Jan Markestein]

Gerard Wijnhoff kwam week te vroeg om vereniging op te richten!

Zo enthousiast was Gerard Wijnhoff om eindelijk nu eens ‘zijn’ watersportvereniging op te richten dat hij een week te vroeg in hotel Meijer kwam voor de oprichtingsvergadering. We schrijven 12 maart 1964 en een verbaasde Gerard Wijnhoff, die wel wist dat er geen honderden belangstellenden zouden komen, maar een opkomst van letterlijk niemand ook wel wat teleurstellend vond, vroeg aan ober Jaap: “Jaap, waar moeten we zitten?” Waarop de enigszins verbaasde Jaap hem uit de droom hielp en hem vertelde dat hij nog een week geduld moest hebben. Het zou 19 maart worden waarop 19 Menheersenaren de watersportvereniging met de deftig gespelde naam ‘Flacquee’ oprichtten. “Laten we het bestuur maar niet te groot maken”, constateerde men toen, “anders houden we geen gewone leden meer over!” Tien jaar later valt op de jaarvergadering al voorzichtig het woord ‘ledenstop’.

Tinus Groenendijk – voorzitter van 1989 tot minstens 2004

In 2004 kan Tinus Groenendijk als voorzitter terugkijken op 40 jaar watersportvereniging Flacquee. In alle jaren is de vereniging flink gegroeid. Niet alleen in het aantal leden, maar ook in het aantal boten. En aangezien de boten ook flink ‘groeien’, moet de haven ‘meegroeien’. Na 10 jaar onderhandelen met de gemeente Middelharnis, komt in 1999 de verlossende mededeling. De haven van Middelharnis mag worden uitgebreid met 14 boxen. Zo wordt dan uiteindelijk op 19 mei 2000 de ‘zwaaikom’, met het doorknippen van een lint door Dhr. Slootweg van de gemeente Middelharnis, officieel in gebruik genomen.

 

Tinus Groenendijk heeft menig uur op het gemeentehuis moeten doorbrengen en hoewel hij altijd een goede babbel in huis heeft, werd hij al dat vergaderen met de
gemeente soms wel eens goed zat. Het reilen en zeilen van de vereniging neemt hij hoog op, maar het zelf zeilen vind hij toch leuker! Zodra het weer het maar enigszins toelaat, gaat Tinus er met zijn gezin op uit. In de weekenden gezellig een ‘rondje Stellendam’, waar meestal meer Flakkeënaars liggen en het dan ook
altijd erg gezellig is. Maar onze voorzitter mag dan wel bij de watersportvereniging aan het roer staan, ook op zijn boot de ‘Stella Maris’ is hij niet van het roer vandaan te krijgen. In de wedstrijden van de vereniging is hij dan ook een grote concurrent. Menig wedstrijd heeft Tinus op zijn naam weten te zetten. Na het wedstrijdzeilen is het altijd nog even gezellig samenkomen in het clubhuis, waar er onder het genot van een drankje de wedstrijd nog even wordt ‘nagezeild’.

 

Tinus kwam in het bestuur van de watersportvereniging doordat hij in de vergaderingen regelmatig aandacht vroeg over de liggelden van de ‘langsteiger’. “We
lagen aan de ‘langsteiger’ drie keer zo duur als de rest van de haven en als je eenmaal ergens je mond over opendoet, word je meteen uitgenodigd om in een bestuur zitting te nemen. Ik had er eerst helemaal geen interesse in, maar doordat Henk Voogd mij heeft omgepraat, ben ik toch in het bestuur gekomen.” Tinus werd clubhuisbeheerder. Het clubhuis was op woensdag- en vrijdag avond open. “Eén van de eerste dingen die ik geregeld heb was de biertap. Jan Dogterom was toen nog voorzitter en had daar zo zijn bedenkingen over. Het was een grote investering en Jan dacht dat we het er nooit uit zouden halen, maar binnen een jaar hadden we die eruit!” Tinus is ongeveer 10 jaar clubhuisbeheerder geweest en vond het toen wel genoeg. “Jan Dogterom vertelde dat hij wilde stoppen als voorzitter en ik wilde ook uit het bestuur, maar uiteindelijk ben ik toch voorzitter geworden!”

 

Het zeilen heeft Tinus geleerd op de Puzzle II, het zelf gebouwde houten zeilscheepje van zijn schoonvader Willem Wijnhoff. Later bouwden ze de Puzzle III en hiermee gingen ze wel eens een daagje weg en werden er ook wedstrijden mee gezeild. Maar toen het gezin Groenendijk uitbreidde werd de Puzzle III te klein en werd besloten om een eigen boot te kopen. “In 1978 liepen we over de Hiswa en ik vond een Ufo wel leuk. Maar de ruimte viel ons toch wat tegen, dus keken we verder rond. Toen kwamen we langs de Pionier 930. Willem wilde wel mee helpen bouwen en zo werd er een casco gekocht. In december 1978 werd deze afgeleverd en half juni 1979 werd er voor het eerst mee gezeild. Over ligplaatsen werd er in die tijd nog niet moeilijk gedaan, want er waren ligplaatsen over! Je kon toen nog lid worden van de vereniging ondanks dat je geen ligplaats had. Ik voelde mij eigenlijk verplicht om lid te worden van de watersportvereniging, omdat ik altijd met Willem meevoer. Achteraf kwam dat natuurlijk wel goed uit, want toen we de boot hadden gebouwd hadden we een plaats nodig en ik vroeg aan Kees Damen een plekje. We kregen een plaats aan de ‘langsteiger ’en daar hebben we ongeveer 6 jaar gelegen.” Zo kwam er een nieuw ‘wedstrijdschip’ bij in de haven.

Jan Dogterom – voorzitter van 1975 tot 1989 

Het is 1989 en voorzitter Jan Dogterom vind het de hoogste tijd om de voorzittershamer door te geven. Jan vindt het erg belangrijk dat de watersportvereniging een voorzitter krijgt die de vereniging met ‘Flakkeese gemoedelijkheid’ kan leiden. Hij is dan ook erg blij dat Tinus Groenendijk, met goedkeuring van het bestuur, de functie als voorzitter op zich wil nemen. Het 25-jarig bestaan van de watersportvereniging werd groots gevierd met een mooi feest in sportcomplex de Staver. Met een optreden van het Vlissings loodsenkoor werd dit een onvergetelijke avond. Later, op 27 mei met havendag, werd het vieren van het 25-jarig bestaan nog eens dunnetjes overgedaan. Alleen nu niet op het droge, maar, zoals het een watersportvereniging betaamt, op het water! Met tal van genodigden werd er, aan boord van de oude loodsboot ‘de Righel’, koers gezet naar het Haringvliet. Daar kon men genieten van een demonstratie schipbreukelingen redden, van de bruine vloot en van een aantal ‘eigen’ schepen met admiraal zeilen. Eenmaal terug in de haven had de vereniging nog een aandenken voor de gemeente Middelharnis. Er werd een boei aangeboden in de kleuren geel en blauw met MD-25 als kenteken, dit ter herinnering aan de Menheerse sloepen en ons 25 jarig jubileum. Deze boei is geplaatst op een plek, waar vroeger ook een havenlicht gestaan heeft. Na het goed bekijken van het ‘Laantje van Middelharnis’, kun je namelijk in de verte de masten van de Meneerse vissersvloot herkennen en een paal met een licht. Vandaar deze historische plaats.

 

Jan Dogterom verteld dat hij het voor-zitterschap als zeer plezierig ervaren heeft, al waren de besprekingen met de gemeente niet altijd even makkelijk. In een vergadering met de gemeenteraad heeft Jan de vereniging zelfs een keer vergeleken met een mooie versierde os met Pasen “Iedereen vond het toch zo’n leuk beest, maar aan het eind van de dag hangt hij toch klaar om te worden uitgebeend”. Zo voelt de watersportvereniging zich nu ook. Het is toch zo’n goede vereniging, maar aan het eind van het verhaal wil je ons toch wel even financieel mangelen!” Er werd door sommigen even gelachen en uiteindelijk, na veel gepraat en compromissen, werd er eindelijk een vijf jarig contract voor de haven uitgesleept, waar een ieder zich in kon vinden. Gelukkig kon Jan zich ook bezighouden met zijn hobby, het zeilen. In 1979 werd de Panakeia gekocht. Een opmerkelijke naam, met een al evenzeer opmerkelijke betekenis. Panakeia was de dochter van de eerste geneesheer Asklepios in de Griekse mythologie en overdrachtelijk betekent het ‘geneesmiddel voor alle kwalen’. Wel wetende dat Jan Dogterom huisarts van beroep was. En een geneesmiddel bleek het. Vele rondjes werden en worden er nog steeds met de Panakeia gevaren. Even lekker erop uit met zijn vriend
Jan Zijlstra. Maar ook op fanatieke manier was Jan Dogterom actief. Jarenlang heeft Jan meegevaren in de Delta week. De bemanning bestond vooral uit zijn
zonen Chris en Gert-Jan, Kees Damen, Karel Schik en zijn zwager Theo. Jan liet het sturen het liefst aan een ander over. Hij zorgde liever voor het opvouwen
van de zeilen en de spinnaker.

 

“Topper was toch wel de 1e plaats in een zware zeewedstrijd. Met een windkracht 7 en een geleende spinnaker op, was het echt ‘gekkenwerk’, maar…we hebben

die wedstrijd wel gewonnen!” Zijn eerste boot kocht Jan Dogterom op 1 maart 1968 op de Hiswa. “Op de verjaardag van mijn dochter! Het was een Westerly Centaur, een kimkieler, en kreeg de naam ‘de slikloaper’.”

 

De boot kreeg een plaats in de havenkom en zo kwam Jan dus ook Gerard Wijnhoff regelmatig tegen. “Op een gegeven moment vroeg Gerard Wijnhoff of ik niet
plaats wilde nemen in het bestuur van de watersportvereniging. Jan Campfens sr. ging eruit, dus er kwam een plaats vrij”. Na een lange tijd als voorzitter, wilde Gerard Wijnhoff de voorzittershamer doorgeven. Dit werd besproken in een bestuursvergadering, maar Jan Dogterom werd weggeroepen. “Het risico als je huisarts bent!” Jan vertelt: “Toen ik later op de avond terugkwam in het clubhuis werd mij verteld dat ik maar de nieuwe voorzitter van de watersportvereniging moest worden. Ik wist dat het niet mee zou vallen om iemand als Gerard Wijnhoff op te volgen! Gerard had altijd wel zijn woordje klaar en met zijn verhalen in het Flakkees dialect wist hij menig deur te openen. De bestuurs- en jaarvergaderingen onder zijn leiding waren een waar feest!” In 1975 nam Jan Dogterom de taak, als voorzitter van watersportvereniging Flacquee, van Gerard Wijnhoff over.

Gerard Wijnhoff – oprichter en voorzitter van 1964 tot 1975

Geschiedenis schrijven over tien jaar watersportvereniging kan je op twee namieren doen, uit de officiële stukken òf luisteren naar wat de voorzitter Gerard Wijnhoff, te vertellen heeft. Wij deden beide. We luisterden naar Wijnhoff. Maar voordat we daar over vertellen vragen we ons eerst af wie hij is? De man, die vanaf zijn huis op de kade uitziet over de jachthaven, als hij tenminste thuis is en niet op de bank zit onder de bomen. Die afwisselend met Gerard, oom Gerard, Voorzitter en Havenmeester en Opa aangesproken wordt. De man die als een one-man show rumoerige jaarvergaderingen weet te leiden en nòg rumoeriger overkanters naar zijn hand weet te zetten, die als de vergaderingsgolven te hoog dreigen te worden, Flakkees gaat spreken waardoor scherpe kantjes afgeslepen worden. De man die het gezag in de jachthaven weet te handhaven zonder officieel autoriteit te hebben en zonder dat er ‘gezag’ aan te pas komt. De man die veel over zeilen weet en nog meer over het zelf bouwen van boten, maar ook de man die op een stormachtige avond niet gerust is voordat al ‘zijn’ leden weer in veilige haven terug zijn. Een voorzitter die met zijn zeventig jaren nog solowedstrijden zeilt in zijn Waarschip en daar, tegen alle race machines opzeilend, nog steeds prijzen, “een priesje” noemt hij het bescheiden, mee weet weg te slepen.

 

Hij was het die, nadat hij aanvankelijk een week te vroeg gekomen was, op 19 maart 1964 de W.V. Flacquee oprichtte, waarvan het eerste bestuur verder gevormd werd door L.J. den Hollander (Lady Barite), C.A. Roon, toen al penningmeester en nu varend in de Springer, J.J. den Baars van de Touter (Flakkees voor ‘schommel’) en de helaas overleden M.I. Joppe. Daaraan vooraf ging eigenlijk een spannend verhaal vol dorpspolitiek en een ingestorte kademuur. De eigenlijke havenkom was toen veel groter dan nu, maar de toestand was dermate slecht dat de hele zaak op een goede dag in elkaar donderde. Aanvankelijk wilde de gemeente de hele zaak maar dempen, omdat de oorspronkelijke functie van de haven, als vissershaven, toch vervallen was. Voorzitter Wijnhoff was de man die bij de gemeenteraadsleden ging lobbyen en als grote medestander het gemeenteraadslid bakker van den Berg kreeg. Men maakte een mooie tekening waarop met vooruitziende blik getoond werd hoe gezellig de haven wel worden kon met allerlei jachtjes erin. Zoals vele zaken die met recreatie en vertier te maken hebben, kwam ook dit plan slechts met veel moeite door de raad, zelfs met een tegenstem van een oprechte VVD-er! Opzichter van der Stad van de technische dienst, die de leiding had bij het herstel, vroeg zich hoofdschuddend af of dat allemaal verhuurd zou kunnen worden aan jachtjes….

Let wel, beste lezer, dat was tien, elf jaar geleden! En er werd over huren gesproken van wel dertig gulden per box….

 

Nooit op zondag.

Even spannend zijn de verhalen over het schutten op zondag. Het Haringvliet was toen nog niet afgedamd, stond in open verbinding met de zee en om het tij buiten te houden functioneerden de sluizen nog aan het Havenhoofd. Volgens de geldende bepalingen werd er des zondags alleen ‘s morgens om 8 uur geschut. Daarna niet meer. Je kon er wel uit, maar niet meer in. En alhoewel burgemeester Hordijk de jonge vereniging zeer welgezind was en met raad en daad terzijde stond, was het niet opportuun om daar zo maar verandering in te brengen. Ook het sluispersoneel zelf was onderling verdeeld. Namen zullen we niet noemen, maar de één wilde desnoods ‘s avonds wel schutten, maar de ander niet. Het kwam zelfs zo ver dat de sluis met slot en ketting afgesloten werd.

 

Ons verhaal is slechts een zwakke afspiegeling van wat voorzitter Wijnhoff er van weet te maken, maar komt in het kort hier op neer dat de varende watersporters wel raad wisten met dat niet schutten op zondag. Reglementair moest de sluis weer vanaf maandagmorgen 6 uur geopend worden. Wel, ‘s maandagsmorgens om 6 uur meldde zich prompt de eerste watersporter om geschut te worden, wel wegend dat de dienstdoende sluismeester dan gewoonlijk nog in diepe rust lag, omdat er zo vroeg toch zelden iemand kwam. Als de goede man klaar was met het schutten van die eenzame watersporter en net nog even in het bed gekropen was, meldde zich lid nummer twee. Kortom, men presteerde het om via een uitgekiend schema, de man vier tot vijf maal achter elkaar voor één bootje al zijn werk te laten doen.

 

Via een z.g. ‘poteravond’(kleine aardappeltjes met spekvet) waarop B&W uitgenodigd werden, kwam de zaak van de zondagsschuttingen eindelijk in orde en degenen die al wat langer lid zijn weten nog hoe gezellig het kon zijn met zijn allen in de sluis op zondag om 8 uur, 10 uur, 4 uur of 8 uur. Konden de vaste kijkers bij het schutten vanaf hun hoge standplaats des morgens voornamelijk koffie ruiken, des middags was het niet bepaald de lucht van vers gezette thee die zij opsnoven. Als we toch bezig zijn namen te noemen en over de sluis te praten, laten we dan de namen van sluismeesters niet vergeten. Daar waren Bouman en Groen en Nol van Wezel en van Vliet en van den Boogerd. Daar zijn ook de verhalen over de al dan niet verdere innige samenwerking met het sluispersoneel.
Die soms het water wat lieten zakken, omdat voorzitter Wijnhoff aan zijn boot moest schilderen en er dan beter bij kon, maar die ook op vrijdagavond, voordat ‘s zaterdags de jachtjes eruit moesten, één meter water uit de haven lieten lopen, omdat ze dan makkelijker hun fuiken konden lichten. Dat is het wat Middelharnis allemaal zo interessant maakt.

 

Continuïteit in het bestuur.

Eén van de kenmerken van een goed geleide vereniging is een goed beleid. En voor een goed beleid is een zekere continuïteit in het bestuur nodig. En omdat weer te krijgen moet zo’n bestuur het vertrouwen van de leden hebben. Dat het dat gehad heeft, bewijst het feit dat van het toenmalig bestuur nu nog steeds Wijnhoff, den Hollander, den Baars en Roon zitting hebben. Secretaris Joppe ontviel ons helaas, maar zijn plaats werd gelukkig ingenomen door Rien Buijze die, daarbij zo voortreffelijk gesteund wordt door zijn vrouw, die méér doet dan op lieftallige wijze de bekers en de overwinningskus aan winnaars van wedstrijden overhandigen. Daar is ‘Meester den Hollander’, zoals hij op het eiland genoemd wordt, een man die veel geregeld heeft en nog regelt voor de vereniging, op de enige goede manier, op de achtergrond, zonder veel drukte en toestanden, maar uiterst effectief, kenner bij uitstek als hij is van de plaatselijke omstandigheden. En er is ook secure penningmeester Roon, bouwer en bewaker van het goede financiële beleid. En als we dan toch bestuursleden noemen, mogen we zeker die van later datum niet vergeten: Schik en Dogterom, de eerste, samen met Buijze groot organisator van wedstrijden, de laatste felle en enthousiaste deelnemer aan die wedstrijden!

 

Geschiedenis in vogelvlucht.

Maar plaatselijke roddel mag gezellig zijn, een geschiedschrijver ontkomt niet aan de officiële beschrijving. Tijdens de meer genoemde oprichtingsvergadering waren de speciale jachtsteigers nog niet gereed. De vereniging was er wel en de contributie bedroeg fl. 10,– per lid. Aansluiting bij de K.V.N.W. vond men wat te duur, dat kostte minimaal fl. 75,–. Wel besloot men in overleg te treden met de familie Peeman over de weer ingebruikstelling van de werf. Terwijl we dit schrijven is de tweede werf van Jim Lensveld alweer in bedrijf. In de tweede vergadering, op 24 september 1964, wordt het ontwerp van de clubvlag, vervaardigd door mevrouw Buijze-Zaaijer, goedgekeurd. B&W van Middelharnis presenteerden hun nota voor de huur van de jachthaven: tweehonderd gulden voor het jaar 1964.

 

Tijdens de jaarvergadering, op 1 april 1965, wordt gewag gemaakt van de koop van het clubhuis, Vingerling nr. 15. Gewapend met paraplu kwam eigenaresse Elisabeth Koster uit IJmuiden naar notaris Hempenius om het eigendom van het pand over te dragen voor vijfduizend gulden. Tot dan was er een sigarenwinkel gevestigd. Door de hulp van vele leden en de leiding van voorzitter Wijnhoff wordt het pand aangepast aan de behoeften van de vereniging. Nu krijgt men meer gelegenheid om bij elkaar te komen en de kiem van de woensdagse clubavonden wordt gelegd. Diezelfde clubavond, waarop de leden van de overkant nog steeds zo jaloers zijn dat ze hopen dat hij naar de vrijdagavond wordt verschoven. Maar het waren tenslotte de Flakkeeënaren die uit eigen zak het nodige geld op tafel gelegd hebben om de koopsom te betalen. Deze aankoop blijkt, afgezien nog van de functie als clubhuis, een goede, zo geen uitstekende belegging te zijn. En om het voor het nageslacht nog maar eens precies vast te leggen: het clubhuis is geen eigendom van de vereniging, maar van een afzonderlijke stichting, waarvan de bestuursleden dezelfde moeten zijn als die van de vereniging. Een soort personele unie dus.

 

De werf van Peeman is nog niet klaar, maar er wordt druk gediscussieerd over de technische details. En natuurlijk worden de liggelden besproken. Op 8 december 1965 wordt er wéér vergaderd: de nieuwe leden betalen bij het aangaan van hun lidmaatschap een bedrag in verband met de aankoop van het clubhuis. Dat ze anders voor niets zouden krijgen. Terecht. Men besluit verder de ‘s winters open komende boxen te verhuren aan niet-leden. Buijze maakt een begin met de jaarlijkse tocht naar de Hiswa, door tegen een bescheiden vergoeding een bus ter beschikking te stellen. Dit zal later uitgroeien tot een jaarlijkse, roemruchte traditie. Op 26 mei 1966, de volgende vergadering, blijkt Peeman’s werf nog niet klaar te zijn en uitvoerig wordt gediscussieerd over de mogelijkheid zelf een werf in beheer te nemen. Een voorstel van dokter Jan Wieringa om nu eindelijk eens aansluiting te zoeken bij de K.N.V.W. kan nog geen meerderheid halen. Het aantal ligplaatsen is inmiddels uitgebreid tot 27. Tijdens de vergadering op maart 1967 kan de voorzitter, die dan bij acclamatie herkozen wordt, meedelen dat de gemeente, ondanks een tekort op de gemeentebegroting, mee zal werken aan de uitbreiding van de jachthaven. De eerste plannen voor de restauratie van de gevel van het clubhuis komen ter tafel.

 

Jan Campfens wil meer weten over een post van fl 293,50 kritisch-opbouwend als hij is. De notulen vermelden niet of hij antwoord kreeg. Er wordt regelmatig deelgenomen aan wedstrijden, georganiseerd door de zustervereniging Haringvliet, maar zelf organiseren we -nog- niet. Twee Engelse mijnwerkers die met een bootje van nog geen vier meter overgezeild zijn, met als bestemming IJmuiden, blijken nog niet alles van navigatie af te weten en worden door Han Wijnhoff binnengeloodst. Ook binnengeloodst, maar dan in de huwelijksboot, zijn de leden Verhage en van der Valk! De vereniging wordt nu zo groot, dat besloten wordt de statuten officieel goed te laten keuren en aansluiting te zoeken bij de K.N.V.W. Dat we daar overigens niet mee over één nacht ijs gaan blijkt uit het feit dat in de jaarvergadering van één jaar later dit punt weer aan de orde is. Maar voor wie ongerust mocht worden: we zijn nu aangesloten en de statuten zijn goedgekeurd. In 1968 wordt ook een wedstrijdcommissie gekozen: Kramer, Campfens, Han Wijnhoff, Schik en Rien Buijze. Drie ervan zijn nog steeds actief op dit vlak. Burgemeester Hordijk, die aftreedt als dusdanig, wordt vanwege zijn grote verdiensten voor de vereniging als erelid benoemd en een schilderij, geschilderd door Gerrit van Eck, ‘de toekomst voorspellende van de oude haven als jachthaven’, wordt hem als herinnering aangeboden. De wedstrijdcommissie is voor de eerste keer actief op 9 juni van dat jaar en liet de beruchte ‘8 van Flakkee’ zeilen. Het aantal boxen zal uitgebreid worden tot 62 en we hebben 79 leden. In de vergadering van 19 maart 1969 treedt Rien Buijze voor de eerste keer op als invaller van de dan al zieke secretaris Joppe. Het ledental is inmiddels gegroeid
tot 103. Op 15 april overlijdt secretaris Joppe.

Tegenwoordige tijd.

Met 1970 komen we zo langzamerhand in de tegenwoordig tijd, die van een bekende jachthaven en een grote vereniging. Sluismeester van Vliet weet te melden dat er in 1969, 1345 jachtschuttingen hebben plaats gehad. De vereniging organiseerde verschillende winteravonden met o.a. films en voordracht van Moggré. Het Haringvliet is afgesloten en de oude kenners van eb en vloed zoeken nieuwe tactieken om de wedstrijden te winnen, hetgeen ze nog lukt ook. In 1971 komen er nog 17 boxen bij. Voorlopig de laatste. De vereniging telt dan 145 leden en bezit een clubhuis met gerestaureerde gevel: één van de juweeltjes van het Vingerling. De sluis, heet hangijzer uit vroegere dagen, blijft nu het gehele weekeinde open; de brug, obstakel voor de masten van zeiljachten, meestal ook.

Middelharnis organiseert een drukke wedstrijd: na de finish zijn er 160 jachten in de binnenhaven. De leden zelf zijn zeer actief met betrekking tot het schoonmaken van de haven. Het bestuur is in 1972 druk bezig met de zuivering van het water in de haven. Het is mede aan hen te danken dat er nu bij het Havenhoofd een pompinstallatie staat die het door de rioleringen verontreinigde haven water desgewenst kan verversen. Maar men wenst het niet immer….

 

Gefeliciteerd voorzitter Wijnhoff!!

We schrijven nu eind 1973. De vereniging is er nog steeds met haar 170 leden. Nog steeds is daar het actieve bestuur, de gezelligheid rond het Vingerling. Hotel Jacobi ging uit de handen van de familie Jacobi in andere handen over. Le Bateau kwam en ging (tijdelijk?) en de Boekanier is er. Er kwamen nieuwe bewoners aan het Vingerling, de zaak van Wijnhoff werd verplaatst en een jongere generatie diende zich aan rondom de jachthaven. Maar wat bleef was de traditie, onder nimmer aflatende leiding van voorzitter Wijnhoff. De officiële jaarvergaderingen en de officieuze bestuursvergaderingen op het bankje. Maar wat vooral gebleven is, is de unieke sfeer die alleen een eigen plaatselijke vereniging met zo’n voorzitter kent. Proficiat voorzitter Wijnhoff voor alles wat ‘joe’ daarvoor gedaan hebt, ook bedankt voor alles wat ‘joe’, naar we van ganser harte hopen, nog daarvoor gaat doen. ‘Joe’ hebt goede bestuursleden gehad, die veel hebben gedaan, maar dat wat de vereniging nu is, de plaats die de jachthaven nu in de Menheerse gemeenschap heeft gekregen is ‘joew’ werk geweest. Een levenswerk dat je veel vrienden heeft bezorgd, door je tact, je wijsheid.

Proficiat daarvoor en bedankt. Aad Conijn