Hierbij ontvangen jullie een update van de proeven die deze herfst en winter worden uitgevoerd in het kader van het project Kierbesluit programma lerend implementeren.

Kierproeven zoutverspreiding

Zaterdag 21 november zijn ze begonnen met nieuwe proeven. De proeven richten zich dit keer in eerste instantie op het managen van het inlaten van zeewater door de Haringvlietsluizen. Doel daarbij is om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is bij het inlaten de hoeveelheid zout, die in diepe putten en geulen stroomt, te verminderen. In tegenstelling tot eerdere inlaatproeven, zal het inlaten nu beperkter, maar langdurig, gebeuren, waarbij we ook het langzaam overlopen van putten onderzoeken.

Het tweede deel van de proef is om te onderzoeken in hoeverre het achtergebleven zout in de diepe geulen en putten, bij een situatie van gesloten sluizen, zich naar boven en naar het oosten kan verspreiden. Indien dit het geval is, wordt onderzocht of deze verspreiding tegen gegaan kan worden door met een kleine opening van de sluizen water naar zee te spuien. In werkelijkheid zou dit zich in een periode van droogte voor kunnen doen, maar dit wordt nu in de winterperiode nagebootst en onderzocht. In de winter hebben we de omstandigheden om de zoutverspreiding goed te beheersen.

Leerervaringen vorige proeven

Voor zoutverspreiding bij het kieren, is de periode van een lage Rijnafvoer maatgevend. In die situatie gaan de Haringvlietsluizen dicht, zodat alle rivierwater via de Nieuwe waterweg stroomt om daar de zoutindringing tegen te gaan. Uit proeven van afgelopen winter is duidelijk geworden dat het niet in alle gevallen mogelijk is voorafgaand aan zo’n droge periode het Haringvliet voldoende zoet te spoelen. In die situatie, met veel zout in de diepe putten en geulen, kwam er zout uit de diepe putten en geulen omhoog, als de sluizen dicht gezet werden. Daarom zijn aanvullende beheersmaatregelen nodig. Daarbij denken we aan a) het verminderen van de hoeveelheid zout in de putten door het managen van het inlaten van zeewater en/of b) ook in droge perioden de sluizen beperkt open te zetten om omhoog gekomen zout naar zee af te kunnen voeren. Deze beheersmaatregelen worden, zoals hierboven beschreven, deze winter onderzocht.

De volgende beheersmaatregelen, met name om de zoetwatervoorziening te garanderen, zijn  genomen;

  • Proeven in de herfst/winter, zodat er voldoende tijd is om eventueel achtergebleven zout met de hogere rivierafvoeren aan het eind van de winter naar zee te kunnen spoelen. De situatie is dan weer voldoende zoet voordat het groeiseizoen begint.
  • Aanpak is om de zoutindringing grotendeels te beperken tot de westelijke putten
  • Stapsgewijs werken door eerste grotere spui-openingen en kleinere inlaatopeningen te hanteren en dit met kleine stappen op te gaan voeren naar grotere inlaatopeningen en kleinere spui-openingen.
  • Voorafgaand aan de proef extra spuien, zodat het water aan de zeezijde al minder zout is (is ook vergelijkbaar met de werkelijke situatie).
  • Aangepast monitoringsnetwerk voor het met meten van zout, met vooraf vastgestelde signaleringswaarden om in te grijpen.
  • Extra aandacht voor de operators die de sluizen bedienen en de taken en verantwoordelijkheden van team en operators met bedieninstructie/handelingschema’s.
  • Contacten op operationeel niveau met de Evides en waterschap.