Kunstenaar Paul Cox

“I Came by boat”

Het project ‘I Came By Boat’ (ICBB) kreeg  een  wending  toen Paul in 2007 het wrak van een Veno 108 kocht. 1000 Euro voor een 36-voets polyester zeil­ jacht.”Uit een verzekeringszaak, total loss verklaard.” Paullacht erbij, maar het was een schip om van te janken, zoveel werk zat eraan. En juist daarin  zag hij mooie kansen. Om zich op uit te Ieven, een schip als beeldhouwwerk.”En nog wei wat meer dan dat”, grijnst hij. “De staat van onder­ houd bood volop ruimte voor diverse dis­ ciplines.”

Volvo Ocean Race

“ICBB kreeg met de aankoop van dit schip meer koers, maar het begon eigenlijk al jaren daarvoor”, aldus Cox. Behalve zeiler en kunstenaar is Paul ook docent, aan de Rotterdamse kunstacademie  Willem de Kooning. De Kooning was kunstschil­ der, maker van abstract  werk. Cox: “Bij abstracte kunst duikt zo nu en dan de discussie op wat de mooiste, volstrekt plastische vorm is. Een bol? Onder studenten vertel ik wei eens plagerig dat eigenlijk de mooiste volstrekt plastische vorm een bootromp is.”

Paul  Cox houdt  van  kunst  in 3D. Hij maakte sculpturen, installaties en diverse objecten. Kleine bootrompen van polyester giethars ook, met een deuk erin, als kwinkslag. In 1999 werd hem gevraagd om met een serie van deze transparante bootrompjes in New York te exposeren. In de Big Apple aangekomen, had Paul z’n woordje klaar: “I came by boat”, een titel die hij ook gebruikte bij diverse van zijn volgende projecten, ICBB. “Ik heb eens het idee geopperd om aan Hiswa-bezoekers zulke rompjes te verkopen. Bij voldoende opbrengst zou dit dan de basis vormen voor een Volvo Ocean Race-sponsor cam­pagne, metalscheepsnaam ICBBIedere koper van zo’n model zou onderdeel zijn van het project en met zijn naam op het schip genoemd worden. En alle bootmodellen bij elkaar zouden als kunstinstallatie tentoongesteld worden.

TECHNIEK  IS HARD  EN ZAKELIJK,  KUNST ZACHT EN VAAG. TWEE  VER­ SCHI LLENDE  WERELDEN, ZO ZIEN WE OAT. DIE INGESLETEN  VISIE IS NIET DIE VAN ZEILER EN KUN­ STENAAR  PAUL COX. ZIJN BEIDE PASSIES KOMEN SAMEN IN EEN KUNST­ PROJECT: ‘I CAME BY BOAT‘. EEN PROJECT, EEN BEGIN. NOG ONGEWIS OVER HOE HET VERHAAL VERDER GAAT…

Een installatie en een idee dat een eigen Ieven zou kunnen gaan leiden, een voorbeeld van conceptu­ele kunst.” Cox lachend: “Wedstrijdzeiler Roy Heiner zag er niks in.”

In Sketchup de som van aile elementen, samengevoegd tot een ‘nieuw tweedehands’ schip.

Ongeschreven boek

I Came By Boat” is als het begin van een jongensboek, het roept een vraag op. En toen? Het vervolg begon in 2005 toen Cox een eigen schip  zocht. Niet een uit  het rek, liever een project. En niet alleen een bouwproject, ook avontuur  en het maken van keuzes  waarvan  je vooraf  niet weet waar ze je brengen. Paul: “Zonder mezelf nu een moderne Leonardo Da Vinci te noe­ men, die man intrigeert me enorm. Met z’n vindingen ontwikkelde hij kennis.Denken als hokjesman, dat deed Da Vinci niet. Hij schilderde de Mona Lisa, maar expe­rimenteerde ook met vleugels. Kunst en techniek, samen in een mensenhoofd. Nog steeds vinden we dat lastig hanteerbaar.” Onze kinderen  moeten op de middelbare school een profiel kiezen; die ene discipline is dan van jou. Een veilige keuze. Maar het Ieven begint natuurlijk pas echt als je de hokjesman in jezelf overboard  zet. Van alles komt dan opborrelen. Neem nu karton. Kon hij daar geen boot van bouwen?

Een sandwichconstructie volledig van kar­ ton. En dus maakte Paul Cox diverse proef­ panelen en een kartonnen  krukje voor op een feest. Het krukje overleefde het feest niet. Geen karton  dus, ook niet erg. Cox: “En toen. Toen kwam ik in Nijmegen de Veno 108 tegen. Zonder kiel en tuigage, niet vee!meer dan een aftands polyester casco. Duizend euro later had ik een nieuw pro­ ject, gaf het de naam ICBB … Go!”

Ambacht

“Kunst in 3D, daar hou ik van”, aldus Cox. “Sterker nog, concrete spreekt me aan. Zoals bijvoorbeeld vee! Duitse kunste­naars vee! waarde hechten aan het beheer­ sen  van een ambacht. Je weet wei, die handvaardigheid lessen van vroeger, dat vak waarinje geen examen deed.” Dat ook Paul geen hokjesman is, bewijst hij met z’n interesse in de andere kant van het artistieke spectrum: conceptuele kunst. Con­ceptuele kunst  kan evengoed uit slechts een idee bestaan dat  je aan  het denken zet. Concretie en conceptuele kunst, een ogenschijnlijk onmogelijke combinatie. “Mensen en hun disciplines niet indelen in hokjes, ik heb er niet zo’n moeite mee”, zegt Paul. “Toen ik nog een jonge jongen was, waren  kunstenaars politiek  links geëngageerd  en zeilers uiteraard rechts. Nu schreeuwde ik het niet van de daken, maar om eerlijk te zijn: ik was beide, kun­stenaar en zeiler.” Het is wei duidelijk, Paul heeft iets met tweespalt, prikkelen en het oproepen  van vragen. In het project ICBB zien we hoe hem dat afgaat.

Structuur

In ICBB is de werkwijze van Paul Cox ook concreet  waarneembaar, in z’n persoon­lijke habitat. We zoomen in op een oude loods in de Rotterdamse Waalhaven. Hier werkt Paul aan z’n project. Buiten dende­ ren zware vrachtwagens langs. Ze laten de grote loodsdeuren klapperen, geholpen door de harde wind. Te midden van de hoi klinkende loods staat  Paul, stralend van genoegen.  Om hem heen schragen met daarop  panelen, klodders  polyurethaan­ hars  op de grond,  kastenrekken vol met een rijkelijk bestofte scheepsuitrusting. Nee, netjes is het hier niet. Paul lacht, hij ziet een gestructureerde chaos, een droom van een werkomgeving. En daar langs de rand, daar ontstaat iets, sterk lijkend op een zeiljacht. Paul klapt z’n laptop open en toont wat meer structuur: een gedigitaliseerde Veno 108. Tenminste wat daar van over is. “Van het  bestaande casco  maak  ik opnieuw een tweedehands zeiljacht.” Het scherm toont het schip opgedeeld in honderden segmentjes.

“Dit draadmodel vormt  het uitgangspunt voor een gemoderniseerde 36-voeter met een steile voor- en achter­ steven, een langere mast, diepere kiel en voorop een boegspriet voor de gennaker. Verder een modern interieur en dekplan.”

“Da Vinci intrigeert me Kunst en techniek samen in één mensenhoofd”

Het oorspronkelijke casco is slechts het uitgangspunt. Bij voltooiing is de Veno 108 overgegaan in een nieuwe tijd.

Marktplaats

“De Veno kocht ik via Marktplaats en ook m’n vervolgaankopen op dit publieke plat· form houden het schip in zekere zin tweedehands. Een grappig gegeven is ook dat Marktplaats-verkopers voor een deel het resultaat bepalen. Zo tikte ik een prima mast op de kop en kreeg en passant  een stel bootkussens als wisselgeld. Binnen zekere  marges bepalen  de afmetingen daarvan nu de geometrie  in de voorhut. Een ander ding speelde in Suffolk, Enge­ land. Daar zag ik toevallig een schip met het roer dat ik zocht. ‘Dat krijg je natuur­ lijk niet’, vertelde die Brit. ‘Maar van het roer heb ik een mal gemaakt. Die kan ik opsturen naar  Rotterdam.’ Enkele maan­ den later was ik daar weer. ‘Hier heb je de mal, ik heb m’n schip verkocht.’ Met een beetje aanpassen  van de bestaande scheg gaat dat roer passen.”

Of die nog ongebruikte lieren  van Lew­mar.”Ik vond dat andere merk toch beter”, luidde het commentaar op Marktplaats. Of die man die een Lombardini inboardmotor had gekocht.  En daarna Wubbo Ockels sprak. “In Amsterdam moet je elektrisch varen.” En dus werd de Lombardini  ver­ kocht, voor een prikkie- bijna nieuw.

Lowtech en hightech

Goed, honderd  procent  karton werd het dus niet. Maar helemaal geen karton werd het evenmin.  Paul: “De combinatie van lowtech karton en hightech supervezels, dat vind ik interessant. Hoe zou dat uit­ pakken?” En dus ging hij toch weer experimenteren. “Inmiddels heb ik een nieuw sandwichpaneel ontwikkeld. met kartonnen honingraat als kern. Het karton span ik op tot de juiste maaswijdte’, waarna ik dit bekleed met carbon, aramide of glasvezel. Hierbij maak ik gebruik  van vinylesterhars. De standaardmaat  van de panelen bedraagt 1,20 x 2,40 meter. Hiermee maak ik huid, schotten, opbouw, kastjes… eigen­lijk alles. Aanvankelijk was het harsverbruik nog iets te karig wat zorgde voor delaminatie tussen kern en “facing”. Nu met iets meer hars, wordt dit opgezogen door de kartonnen kern, waarbij ook een mooi vloeiend bruggetje ontstaat tussen de kern en de facing.” Uit een ander schip kocht Paul een houten kajuittrap. Jawel, hout.

“Eerst twijfelde ik nog, maar bij een kunstproject mag alles”

“Eerst twijfelde ik nog, maar omdat bij een kunstproject alles mag, houd ik deze massief houten trap erin, als dissonant. “De rechte voorsteven en de rechte bredere spiegel vragen om een rompconstructie die strokend aansluit op de bestaande romp. Paul: “Het sandwichpaneel kan de fraaie kromming van het achterschip niet overal volgen. Na lokaal bijwerken moet ik dan weer in ‘shape’ schuren. Modern beeldhouwen, niet te krampachtig. Voor de sandwichconstructie gebruik ik trouwens ook wel een een alternatief. Zo zit in het achterschip een beetje strong plank. volgens ij kan dat. Natuurlijk, ik ben kunstenaar en van huis uit ni4et technisch geschoold. En toch denk ik dat deze werelden elkaar niet hoeven te bijten. Eigenlijk boetseer ik mijn eigen chip. Menig constructeur zal nu meewarig z’n hoofd schudden. Maar, de vrijheid die ik mezelf permiteer, die geeft mij vleugels.

Bron: waterkampioen

Verhuizing 2014

2016

Mei 2019 Verhuizing naar Peeman

Februari 2020

Juli 2020